HET ROKEN VAN DE SIGAAR

  Neem tijdens het roken niet te grote halen
  Bij te grote halen ontstaan hoge temperaturen, die de smaak aan zullen tasten
  De sigaar kan men zover oproken als men wilt
  Dit hangt af van de persoonlijke smaak van de roker
  Bij grotere sigaren wil men nog wel eens zeggen: tot ongeveer 1/3 van de sigaar over is
    (dit is het omslagpunt, dus wanneer de zachte smaak van de sigaar verloren gaat en niet lekker meer is.)

  De sigaar mag tussentijds opnieuw worden aangestoken, maar meestal is de smaak dan toch minder
  Probeer daarom de sigaar brandend te houden door er regelmatig aan te zuigen.
  Indien de sigaar is afgekoeld en daarna weer aangestoken wordt, heeft dit een nadelig effect op de smaak
  Uiteraard inhaleren sigarenrokers nooit

  Houdt de rook rustig een moment in uw mond en laat deze vervolgens langzaam uit de mond ontsnappen.
  Nooit krachtig wegblazen, aangezien de rook de sleutel tot het genot is
  U voorkomt door regelmatig “luchten” een nat en onaangenaam mondstuk
  Houdt tanden en tong daarom weg van uw sigaar

  Wat smaakt goed bij een sigaar:
  Bij een sigaar kan men heel goed koffie, brandy, whisky, port of wijn drinken

  Mag ik de as nu wel of niet aftikken?
  Een witte askegel van een paar centimeter is een teken van een goed gemaakte sigaar
  Het is verstandig om de as op de kegel te laten zitten
  Hij isoleert nl. het vuureind van de omgeving en zorgt voor een ideale verbrandingstemperatuur,
  die garant staat voor een fluweelzachte smaak
  De as van een sigaar “tippen” als deze te lang wordt, gaat gemakkelijker door met een lange trek,
  het vuureinde te verwarmen en een lichte, scherpe tik met de sigaar tegen de asbak te geven

  De banderol moet ook blijven zitten, deze is meetal tegen het kostbare dekblad gelijmd,
  en kan beschadigingen veroorzaken bij het verwijderen ervan

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan